De werkplek van...Douwe Vrij

‘Het liefst geef ik schoonmaakles aan niet gemotiveerde leerlingen’

Hij loopt al acht jaar rond door de gebouwen van het Friesland College. En in die tijd heeft Douwe Vrij zijn baan bij Gom Onderwijs meermalen zien veranderen. Hij is inmiddels objectleider III, pakt ondertussen zelf nog specialistische schoonmaakwerkzaamheden mee, begeleidt interne stages en staat óók voor de klas: als docent voor studenten op niveau 1 en 2 die de opleiding dienstverlening volgen. ‘Je hebt erbij die met de hakken in het zand gaan staan: schoonmaak, maar dáár doe ik niet aan mee!’

‘Het is een redelijk grote campus, deze hier in Leeuwarden. Wat zal het zijn, drie-, drie en een half duizend studenten? Daarnaast hebben we ook nog een locatie in Heerenveen. Elke dag lopen we hier met z’n achttienen rond, in Heerenveen zijn we met z’n twaalven’, schetst Douwe zijn dagelijkse verantwoordelijkheden als teamcaptain. Opvallend aspect: de dagschoonmaak in het Friesland College. ‘Ja, ook als er les wordt gegeven struinen we door het gebouw heen. Maar we houden wel rekening met de lestijden. We mogen om half acht ‘s morgens naar binnen; om kwart over acht, half negen komen de eerste studenten. De truc is om vóór die tijd het stofzuigwerk te hebben gedaan. Kantoren: die kunnen de hele dag door. We hebben de afspraak gemaakt dat een kantoormedewerker dan even koffie gaat halen of alles aan de kant schuift. En zien we dat een klas klaar is met een les, dan proberen we snel even tussendoor wat schoon te maken. Iedere schoonmaakmedewerker heeft een eigen afdeling en iedereen weet ondertussen wel wanneer de lestijden zijn. Of er hangen roosters.’

Andere discipline

Het was wennen om overdag schoon te maken, erkent hij. Vooral voor de schoonmaakmedewerkers. ‘Die waren gewend om ‘s morgens half zeven te beginnen. Dan hadden ze meer tijd. Begin je later, dan heb je een ander soort discipline nodig. Dat duurde even, maar nu gaat het al een paar jaar goed. Waar het allemaal om draait is de communicatie. De communicatie met de school, de gebouwbeheerder, de studenten, de docenten.’

Ook voor studenten was het ongewoon, ineens schoonmaakmedewerkers te zien. Douwe: ‘Je kreeg verschillende reacties. Over het algemeen reageerden studenten positief. Maar je had er ook die verbaasd opkeken. Nu weten ze niet beter. En het heeft ook een achterliggende gedachte. Studenten zijn zich ervan bewust dat er wordt schoongemaakt door ménsen. En als ze zien dat mensen schoonmaken, gaan ze er rekening mee houden. Ze zijn iets netter geworden, kan ik wel zeggen. Het is een stukje bewustwording.’

Verscheidenheid aan mensen

Acht jaar terug begon hij op het Friesland College. Hij had toen al ervaring bij een fritesfabrikant en in de kantorensector, maar vond zijn ‘roeping’ op het college. Douwe: ‘Het is de verscheidenheid aan mensen die je meemaakt. Dat is wat ik leuk vind. En je doet heel veel dingen. Mensen aansturen, mensen aannemen, het ziekteverzuim bijhouden, de klantencontacten, DKS’en lopen.’

Les geven

Daarnaast is hij ook operationeel inzetbaar, voor specialistisch werk als het reinigen van de vloerbedekking of het conserveren van het linoleum. En er kwam nóg een ‘bijbaan’ bij: lesgeven, aan studenten dienstverlening op niveau 1 en 2. ‘Op een dag zegt een docent: Douwe, jij komt uit het bedrijf, kun jij niet eens wat voor de klas uitleggen? Dat vond ik leuk om te doen, maar het werd na een tijdje op een laag pitje gezet. Het Friesland College had inmiddels een professioneel bedrijf ingehuurd om schoonmaaktrainingen te verzorgen. Maar dat kost weer geld. Daarom zeg ik tegen de unitmanager en de opleidingsmanager: kunnen we dat niet anders oplossen? Kan ik die training niet gaan geven? Natuurlijk heb ik er wel een opleiding voor gevolgd, Train de Trainer, dus ik mag ook lesgeven voor de BOS, de basisopleiding schoonmaak. De kunst is het om de klas te motiveren. Nee, dat lukt niet altijd. Je hebt er altijd bij die de hakken in het zand zetten: schoonmaak, daar doe ik niet aan mee! Die probeer je dan toch mee te krijgen. Want het liefst geef ik schoonmaakles aan niet gemotiveerde leerlingen.’

Nummer één

Dát hij mensen kon motiveren blijkt wel uit het feit dat een aantal studenten ook daadwerkelijk aan de slag is gegaan voor Gom, als invalkracht. Nog altijd staat Douwe één ochtend in de week voor de klas. Lachend: ‘Het begon wat te veel te worden. Ik had het idee dat mijn werk als objectleider eronder leed. En dat staat toch écht op nummer één.’