De werkplek van...Marjoleine van Hal

‘Het is momenteel nergens zo veilig werken als in een ziekenhuis’
 
Ze loopt door het IJsselland Ziekenhuis alsof ze er al jaren werkt. En toch is het ziekenhuis in Capelle aan den IJssel pas een week of zeven bekend terrein voor Marjoleine van Hal. ‘Ik had niet veel met de zorg te maken. Ben ook nog nooit opgenomen geweest in een ziekenhuis. Voor mij was het een andere wereld.’ Een heel andere in ieder geval dan de sector waarin ze normaal als objectleider fungeert: de hospitality. Omdat haar werk in het Nhow Rotterdam hotel ineens stopte, bood Marjoleine zich aan bij de collega’s van Gom Zorg. ‘Ja, als iedereen nou een beetje meehelpt zijn we misschien veel eerder uit deze ellende.’

‘Meen je dat nou? De horeca dicht? Over tien minuten?’ Het is zondag 15 maart, tien voor zes ’s middags. Marjoleine levert haar wekelijkse administratie in aan de hotelbalie. Daar hoort ze dat de horeca landelijk moet sluiten, als gevolg van de overheidsmaatregelen tegen de verspreiding van het coronavirus. ‘We hoefden meteen op maandag niet meer te komen met het hele team. Normaal werken we er met 25 mensen, het is een groot hotel’, kijkt Marjoleine terug naar die bizarre zondag.

Eerder al had zij die week erna een vrije week gepland. ‘Maar die vrijdag was ik al aan het werk in een distributiecentrum van Albert Heijn. Drie dagen later kreeg ik een telefoontje: of ik zin had om in het IJsselland Ziekenhuis aan de slag te gaan. Eh… een ziekenhuis? Maar ik heb er nog geen tien seconden over na hoeven denken. Als je kan helpen en er is vervangend werk, moet je het doen. Ik hoop dat iedereen er zo over denkt. Des te eerder kunnen we allemaal weer terug naar onze eigen werkplek.’

Zelf aan de slag

Ondertussen is ze gewend, in het ziekenhuis in Capelle aan den IJssel. Het werk is vergelijkbaar met wat ze bij Gom Hospitality doet, de omgeving totaal niet. ‘Ik heb daar ook een coördinerende taak. Ik word gebeld als er een ruimte moet worden schoongemaakt. En daar stuur ik dan een medewerkster naartoe.’ Of ze gaat zelf. ‘Ja hoor, als er toevallig geen medewerker beschikbaar is, doe ik het zelf. Schort voor, handschoenen aan, mondkapje voor, veiligheidsbril op, haarnetje om… waarom niet, je bent er toch? Ja, natuurlijk is die eerste keer spannend. De eerste dag dat ik er werkte zag ik dat iemand naar binnen werd gedragen op een brancard en werd gereanimeerd. Dat was heel erg om te zien. Ik heb meteen mijn medewerksters daar even weggehaald. Maar op de IC’s of op de kamers met coronapatiënten komen we niet, in tegenstelling tot onze collega’s van Gom Zorg. Je ziet geen patiënten op de kamers die wij schoonmaken. Het went heel snel.’
 
Ook omdat Gom Zorg haar een intensieve voorbereiding heeft gegeven. ‘Ik heb meer dan voldoende instructie gekregen. Uiteindelijk viel het allemaal mee. Je moet alleen nog je weg vinden in het ziekenhuis. Mensen kennen je niet.’ Thuis leverde haar nieuwe werkplek geen discussies op. ‘Mijn kinderen zijn het huis uit. Maar ik weet van collega’s dat zij thuis de grootste heibel hebben gehad: “Ik wil niet dat je dit werk gaat doen.” Maar ik ben ervan overtuigd: het ziekenhuis is in deze tijd de veiligste plek om te werken. Er zijn zóveel regels die je moet opvolgen. Als ik naar de supermarkt ga, heb ik altijd zo’n idee van ‘God zegene de greep’. Hier helemaal niet.’

Goed gezorgd

Gelukkig gaat het IJsselland Ziekenhuis niet gebukt onder de grote werkdruk waarmee sommige collega-ziekenhuizen in het land kampen. ‘Die indruk heb ik helemaal niet. Natuurlijk is het druk. Maar ik zie het ziekenhuispersoneel ook praten, lachen en vriendelijk zwaaien. En er wordt goed voor ons gezorgd. Als het personeel ’s middags om vijf uur heeft gegeten, zullen ze altijd even aan ons vragen of wij ook nog trek hebben.’

Corona-opvang in Ahoy

Inmiddels is de vrolijke Schiebroekse - vorig jaar oktober overgekomen van CSU - in die paar weken al aan haar derde interimbaan toe. ‘Ik zou in de tijdelijke corona-opvang in Ahoy aan de slag gaan. De eerste 88 bedden voor coronapatiënten die gaan revalideren staan al klaar. Een tweede hal is ook al gereed, daar hoeven alleen de bedden nog maar te worden opgemaakt. Maar patiënten komen er niet.’
 
Lachend: ‘Als je ziet met wat voor pasjes ik ineens op zak loop… een pasje van Ahoy! Wie had dat ooit kunnen denken.’ Toch kijkt ze ernaar uit om weer het pasje van ‘haar’ Nhow Rotterdam hotel te kunnen gebruiken. ‘O ja, heel graag. Maar ik vind het helemaal niet erg om dit ook te doen. Als we met z’n allen de handen uit de mouwen steken en flink helpen, daar is iedereen mee geholpen en zijn we hopelijk eerder uit de ellende.’